Over Oma Bobs

Het verhaal van Oma Bobs, en van Jurgen.

Hallo, mijn naam is Jurgen Ottenhoff en het verhaal van Oma Bobs Snacks is mijn verhaal.

U heeft vast weleens een bitterbal of kroket van Oma Bobs gegeten want Oma Bobs werkt voor de horeca in en om de Randstad, van grotere restaurantketens in Amsterdam tot oer-Rotterdamse kroegjes.

Inmiddels leveren we in Amsterdam veruit de meeste bitterballen, en ook onze kroketjes doen het verschrikkelijk goed; de gewone, met rund- of kalfsvlees, maar ook die met bijvoorbeeld rucola/kaas, garnaal, truffel, chorizo, serranoham, geitenkaas of bospaddenstoelen.

Het verhaal van Oma Bobs is een verhaal van toeval, maar ook weer niet.

Ik ben dus Jurgen Ottenhoff, ik ben van huis uit kok en ik heb jarenlang mijn eigen restaurant gehad. Een heel succesvol restaurant zelfs, restaurant Trez in de Pijp.

Soms als ik tijd had maakte ik de kroketjes van mijn oma en zette die op de dagkaart van mijn restaurant. Garnalenkroketjes, die maakte mijn oma vroeger elke zondag. Je zou misschien denken tot vervelens aan toe, maar ik zou liegen als ik dat zei. Ze waren zo lekker dat ik ze verder ‘croquetten’ zal noemen.

Mijn oma woonde in de Potgieterstraat op 3 hoog en ze werd Bob genoemd. Mijn opa vond haar Franse naam veel te ingewikkeld dus noemde hij haar Bob, en dat deed iedereen in haar omgeving toen ook maar.

Die garnalenkroketjes op de kaart van mijn restaurant, pardon ik bedoel croquetten, werden een verhaal op zich. Onze klanten kwamen er speciaal voor. Vaak belden mensen van te voren met de vraag of ze op de kaart stonden. Soms moest ik ze teleurstellen - als kok wil je nou eenmaal variatie in het menu -, zo gaan die dingen.

Ondertussen begon mijn zwager, ook horecaondernemer, vanuit zijn café Bedier samen met zijn broer het inmiddels beroemde Vak Zuid. Het leek mij leuk om mijn garnaalcroquetten ook aan hem te leveren.

Alleen als ze net zo goed zijn als die van je oma Bob, zei hij. Vak Zuid opende en ik had mijn eerste klant. Ik maakte de croquetten thuis en pakte ze op de keukentafel in, geassisteerd door mijn vrouw, mijn vader en mijn moeder.

Elke dag ging ik even kijken in Vak Zuid hoe mijn croquetten het deden. Ze liepen goed, maar ik zag ook dat gewone bitterballen het nog beter deden...

En toen kwam de gemeente Amsterdam met een vervelende verrassing: de Noord-Zuidlijn, zucht...

De aanleg ervan zou voor heel veel overlast gaan zorgen, en mijn bloeiende restaurant viel ook nog eens nét buiten het vergoedingsgebied. Verkeershinder, een blinde muur als uitzicht, minder gasten, minder inkomsten... Ik gaf mijzelf een jaar de tijd, dan wilde ik vertrokken zijn.

Het einde van mijn geliefde restaurant Trez, maar ik zag geen andere oplossing, het was niet anders.

En dan? Voor een baas gaan werken?

Mijn zwager had ik inmiddels ook van mijn bitterballen overtuigd. Op de fiets van het restaurant naar Vak Zuid deed ik steevast wat horeca zaken aan en ook die liet ik kennismaken met mijn bitterballen en croquetten.

Er kwam een klantje bij, en nog één, en nog één. En Oma Bobs Snacks was geboren.

Al gauw kon ik de croquetten en bitterballen niet meer thuis maken. Ik besloot de productie uit te besteden. Zelf investeren kon ik nog niet, machines etc. kosten immers een vermogen. Ik kwam uit bij een bedrijf dat al kroketten en bitterballen maakte en die konden wel wat extra werk gebruiken.

Ik kocht een klein vriezertje en vanuit mijn restaurant bezorgde ik. Eerst op de brommer, en niet veel later met een Vespa driewieler die ik via de vertegenwoordiger van ons biermerk op de kop wist te tikken. Voor nop zelfs.

De klanten bleven maar komen en ik werkte me kapot. ’s Ochtends bitterballen en croquetten bezorgen, ’s middags in de keuken van mijn restaurant koken en tussendoor ook nog nieuwe klanten werven.

Het Vespa karretje werd te klein, ik moest een gekoelde wagen aanschaffen. Ik leende geld van mijn schoonvader en kon een tweedehands Volkswagen Caddy met koeling kopen. Wow!

Mijn vriezertje, ééntje zoals u en ik ook thuis hebben, werd ook te klein.

Ik huurde een ruimte bij mijn zwager en kocht een heuse inloopvriezer. Ik bleef maar verkopen en leveren. Zes maanden later kon ik op zoek naar een grotere vriezer. Ook de auto werd te klein. Ik kocht een Renault Traffic, nagelnieuw met koeling.

En voor het eerst kon ik zelf het geld op tafel leggen.

Toen mijn vriezer alweer te klein werd en tegelijkertijd mijn tegoed op de bank groeide, ben ik maar eens om me heen gaan kijken naar een serieuze werkplek.

Ik zag dat er in Aalsmeer een bedrijventerrein werd gerealiseerd en één telefoontje later kon ik een pandje kopen. De bank zag geen probleem en ik ook niet.

Apetrots waren mijn vrouw (zij deed al die jaren al de boekhouding) en ik.

En geloof het of niet: al voordat de vries-unit er stond, was die eigenlijk ook al weer te klein. Ik kocht er nog een vries-unit bij, ik nam een chauffeur aan voor de distributie en toen nog één...

Als ik nu een groter pand zou kopen en wat tweedehands machines kon ik eindelijk echt alles in eigen beheer gaan doen...

En toen, na inmiddels acht jaar sappelen, belde een bank, de Rabobank in Aalsmeer. Wanneer gebeurt dat nou, dat een bank jou belt?

Ze hadden van me gehoord, zeiden ze, en of ik eens langs wilde komen.

In al die jaren in de horeca en als eigenaar van een restaurant is het me nooit gelukt een cent los te krijgen bij een bank, dus vond ik het eigenlijk wel gepast dat zij nu naar mij zouden komen. En ze kwamen.

Toen ik ze de cijfers liet zien waren ze met stomheid geslagen. Hoe dat kon vroegen ze. Ik twijfelde en keek mijn accountant aan en die zei dat de heren bedoelden dat het er gewoon fantastisch uitzag.

Een paar dagen later belde ook de Rabobank in Amstelveen of ik wilde komen praten, onafhankelijk van die in Aalsmeer. En onze eigen bank had ook al aangegeven een keer te willen praten.

Het was inmiddels 2011. Midden in de crisis haalde ik een behoorlijke zak geld op bij de bank en kocht een pand in Aalsmeer. Ik liet het helemaal verbouwen tot een state-of-the-art fabriekje. Alles nieuw en volgens de laatste inzichten en overeenkomstig alle wettelijke eisen. Machines kocht ik en ik nam de productie weer helemaal in eigen hand.

Oma Bobs Snacks. Thuis begonnen in de keuken en zelf leveren op de brommer. Inmiddels verkopen we miljoenen bitterballen en croquetten en het einde is nog lang niet in zicht.

Met dank aan Oma en haar zondagse croquetten.

 

Jurgen Ottenhoff